Geschiedenis

Wageningen studentenleven tijdens de tweede wereldoorlog

Op 10 mei 1940, de eerste dag van de Duitse invasie van Nederland, werd ongeveer 85% van de inwoners van Wageningens geevacueerd, waarbij de meeste studenten terug naar hun ouderlijk huis gingen. Nadat het Nederlandse leger zich op 15 mei overgaf, werden Wageningers toegestaan terug te komen, en vonden ze hun stad zwaar gebombardeerd, met twee werknemers van de universiteit die om waren gekomen tijdens de aanval. Ondanks dit was de stemming positief, en de algemene instelling was om het leven weer zo goed als mogelijk op te pakken.

In het verlengde hiervan gingen na de zomer van 1940 de colleges aan de Hoogeschool van Wageningen weer van start. Destijds waren er 659 studenten, waarvan de meesten lid waren van een studentenvereniging: Ceres, WVSV, Franciscus Xaverius, SSR, en Unitas. Vooralsnog liet de Duitse bezetter de studentenverenigingen met rust. In die tijd werden het studentenleven en de politiek gezien als twee gescheiden werelden.

Maar rond dezelfde tijd begonnen de Nazi's hun onderdrukking van het Joodse volk. In november 1940 werden alle drie de Joodse werknemers geschorst, en een paar maanden later werden ze ontslagen. Vijf professoren en vele studenten protesteerden hiertegen. De professoren ontvingen hier sancties voor.

In oktober 1941 kondigden de Nazi's af dat Joden niet meer toegstaan waren als leden van niet-economische organisaties, zoals studentenverenigingen. Dit werd een principekwestie in de studentenwereld en leidde tot de keuze van de meeste Nederlandse studentenverenigingen om hun activiteiten te beëindigen. In Wageningen bleef enkel Unitas actief (50% van de leden ondersteunde Nazi denkwijzen, de andere 50% beëindigde hun lidmaatschap).

Ondanks dat hun officiele ontmoetingsplekken verlaten waren en de verenigingen niet meer actief waren, bleven studenten elkaar ontmoeten op de Hoogeschool en in de beslotenheid van hun kamers. Hier overlegden ze hoe ze de Nazi's konden saboteren. De Duitsers wisten dat studenten van nature intelligent en leergierig waren, en nog steeds zijn , en hielden de studenten argwanend in de gaten.

In de tussentijd had Japan zich bijgevoegd in de oorlog en hield Nederlands Indië vanaf januari 1942 bezet. Veel Wageningse studenten kwamen uit Nederlands Indië, waar hun vaders werkzaam waren voor de overheid, of in de rubber, rijst, of suiker industrieën. Deze studenten verloren alle contact met hun ouders op Sumatra, Java, of andere plekken in de Indonesische archipel. Emotioneel, maar ook financieel, zouden deze studenten verschillende grote problemen tegenmoet gaan.

In 1942 begon Duitsland Nederlandse werkers naar Duitse wapenfabrieken te sturen en werden Nederlandse mannen tussen de 18 en 23 jaar verplicht te werken in de Arbeitseinsatz (dwangarbeid), in deze groep wilden de Nazi's 6000 studenten. Dit leidde in december 1942 tot studentenstakingen in Utrecht en Nijmegen. De Wageningse rector magnificus was pro-Duits, en voorkwam studenten acties door de Kerstvakantie vroeger te laten beginnen. Alle rectores magnifici waren persoonlijk verantwoordelijk gesteld voor de orde op hun universiteiten.

Begin 1943 besloot het Wageningse verzet om het lokale bevolkingsregister te stelen uit het gemeentehuis. Vier van hen, waaronder twee studenten, slaagden erin om duizenden gegevenskaarten te stelen zodat de Nazi's deze niet konden gebruiken om te bepalen welke mannen naar Duitsland gestuurd konden worden. Dit leidde tot woede bij de Nazi's, welke besloten dat studen verantwoordelijk moesten zijn geweest. Ze verzamelden 20 Wageningse studenten en sloten hen op in het concentratiekamp in Amersfoort. Een van hen overleed in gevangenschap, de andere overleefden maar doorstonden een zwaar regime voor twee-en-eenhalve maand. Uit angst hetzelfde lot te ondervinden, ontvluchtten honderden studenten Wageningen. Toen in Den Haag door studenten een andere generaal werd omgebracht, werden als vergelding studenten uit alle hoeken van het lang naar kampen gestuurd, waaronden 43 studenten aan de Hoogeschool van Wageningen.

Vanaf dat moment hielden studenten zich gedeist. De Duitsers probeerden hun grip op de universiteiten te verstrakken door van elke student te verwachten dat ze de Loyaliteitsverklaring zouden tekenen waarin studenten verklaarden zich te onthouden van enige actie tegen Het Derde Rijk, en de wetten na te leven die door de Duitsers waren uitgevaardigd . Degenen die niet tekenden zouden naar Duitsland gestuurd worden waar ze aan de dwangarbeid zouden worden gezet en in slechte condities en zware omstandigheden zouden leven. Dit leidde tot verwoedde discussies tussen studenten. Wat voor schade zou het aanrichten om de erklaring te tekenen? Dan kon je tenminste blijven studeren. Wat als je niet wilde tekenen en niet naar Duitslang afgevoerd wilde worden? Dan zou je moeten onderduiken. Wat voor invloed zou dat hebben op je familie? De Nazi's hielden ouders verantwoordelijk voor de acties van hun kinderen. Niemand wilde hun ouders in de problemen krijgen. Maar de gevluchte Nederlandse overheid maakte één ding heel duidelijk in hun radiouitzendingen: in een vrij, na-oorlogs Nederland zou er geen plek zijn voor zij die hadden getekend.

Uiteindelijk tekenden 154 van de 700 Wageningse studenten de Loyaliteitsverklaring aan het Derde Rijk. 150 Studenten meldden zich voor dwangarbeid in Duitsland, en de rest dook onder. De Hoogeschool was in dezelfde tijd gestopt met colleges aan te bieden.

Na de zomervakantie van 1943 werden Hogere onderwijsinstellingen wederom geopend, maar slechts enkele studenten kwamen opdagen. Het was soms mogelijk voor (niet-geregistreerde) studenten om examens in het geheim af te laten nemen, bij de professoren thuis.

De Geallieerden bereikten Wageningen in september 1944, en op 1 oktober gaven de Nazi's het order dat iedereen Wageningen uit moest omdat de Geallieerden de stad begonnen te bombarderen. De inwoners zouden pas op 15 mei 1945 terug komen. De Hoogeschool opende haar deuren weer op 22 augustus 1945. Uiteindelijk heeft de oorlog het leven gekost aan 30 studenten en medewerkers van de Wageningse Hoogeschool, waarvan de meesten als resultaat van hun acties binnen het verzet.



Met dank aan: Bob Kernkamp, gemeentearchivaris van Wageningen